Begrippenlijst: geldbegrippen kort uitgelegd

Image by Gemini

In deze begrippenlijst leggen we de belangrijkste termen over besparen, sparen, beleggen, pensioen en wonen kort uit. Bij elk begrip vind je een link naar een artikel waarin we het uitgebreider behandelen.

In het kort

  • Een overzicht van 60 veelgebruikte geldbegrippen, van 50/30/20-regel tot WOZ-waarde, elk in één of twee zinnen uitgelegd.
  • Elk begrip verwijst naar een artikel op De Geldtuin met meer uitleg, voorbeelden en aandachtspunten.
  • Bedragen en percentages gelden voor 2026, tenzij anders vermeld.

Ga naar: 0-9 · B · C · D · E · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · R · S · T · V · W

0-9

50/30/20-regel

Een budgetregel waarbij je je netto-inkomen verdeelt: 50% voor noodzakelijke uitgaven, 30% voor wensen en 20% voor sparen, aflossen en beleggen. Lees meer

B

Banksparen

Sparen op een geblokkeerde rekening met fiscaal voordeel, bijvoorbeeld voor je pensioen of het aflossen van je hypotheek. Het geld staat vast tot een afgesproken einddatum. Lees meer

Beneficiair aanvaarden

Een erfenis aanvaarden met beperkte aansprakelijkheid: je betaalt de schulden van de overledene alleen uit wat er in de nalatenschap zit. Dat is vaak de veilige keuze als je twijfelt of er schulden zijn. Lees meer

Box 3

Het deel van de inkomstenbelasting over je vermogen, zoals spaargeld en beleggingen. In 2026 is € 59.357 per persoon vrijgesteld: het heffingsvrij vermogen. Lees meer

Buffer (financiële buffer)

Geld dat je apart zet voor onverwachte uitgaven, zoals een kapotte wasmachine of tijdelijk minder inkomen. Meestal het eerste spaardoel, nog vóór beleggen. Lees meer

C

Cash stuffing

Een budgetmethode waarbij je contant geld per uitgavencategorie over aparte enveloppen verdeelt, zodat je precies ziet hoeveel er nog over is. Lees meer

Cashback

Een deel van je aankoopbedrag dat je terugkrijgt, meestal via een cashbackplatform dat een deel van zijn commissie met jou deelt. Lees meer

Cryptocurrency

Digitaal geld zonder centrale bank, vastgelegd op een blockchain, zoals Bitcoin en Ethereum. De koersen kunnen sterk schommelen, dus het is een risicovolle belegging. Lees meer

D

DCA (Dollar Cost Averaging)

Periodiek een vast bedrag beleggen, ongeacht de koers. Zo spreid je je instapmoment en hoef je de markt niet te timen. Lees meer

Depositogarantiestelsel (DGS)

Regeling die spaargeld bij een bank met een EU-vergunning tot € 100.000 per persoon per bank beschermt als die bank failliet gaat. Lees meer

Depositorente (ECB)

De rente die banken van de ECB krijgen als ze geld bij haar stallen, en de bekendste ECB-rente. Op 10 september 2026 ging die van 2,25% naar 2,50%. Lees meer

Diversificatie (spreiding)

Je geld verdelen over verschillende beleggingen, sectoren en landen, zodat een tegenvaller bij één belegging minder impact heeft op je totale vermogen. Lees meer

Dividend

Het deel van de winst dat een bedrijf uitkeert aan zijn aandeelhouders, meestal in geld en vaak één of meer keer per jaar. Lees meer

Dividendaristocraat

Een bedrijf dat zijn dividend al minstens 25 jaar op rij heeft verhoogd. Dat wijst op stabiele winsten, maar is geen garantie voor de toekomst. Lees meer

Dynamisch energiecontract

Een stroomcontract waarvan het tarief per uur of per dag meebeweegt met de marktprijs. Daardoor is stroom soms goedkoop en soms duur, en loont het om je verbruik te verschuiven of stroom op te slaan. Lees meer

E

Erfbelasting

Belasting over wat je erft. De hoogte hangt af van je relatie tot de overledene en de grootte van je erfdeel; in 2026 is de vrijstelling € 828.035 voor een partner, € 62.110 voor een kind en € 2.769 voor anderen. Lees meer

ESG (duurzaam beleggen)

Beleggen waarbij je let op hoe bedrijven omgaan met milieu (Environmental), mens en maatschappij (Social) en goed bestuur (Governance). Lees meer

ETF

Een beursgenoteerd fonds dat een index volgt, zoals de wereldwijde aandelenmarkt. Met één aankoop beleg je in honderden of duizenden bedrijven, tegen lage kosten. Lees meer

Executeur

De persoon die in een testament wordt aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen: bezittingen inventariseren, schulden en uitvaartkosten betalen, aangifte erfbelasting doen en de rest verdelen. Zonder executeur moeten alle erfgenamen samen beslissen. Lees meer

G

Geldmarktfonds

Een fonds dat belegt in kortlopende, relatief veilige leningen. Het risico is laag, maar je geld valt niet onder het depositogarantiestelsel. Lees meer

Groeibeleggen

Beleggen in bedrijven die hun winst vooral herinvesteren om te groeien, in plaats van die als dividend uit te keren. Lees meer

Groene beleggingen

Door de overheid erkende duurzame beleggingen met fiscaal voordeel in box 3: in 2026 een vrijstelling tot € 26.715 per persoon en een heffingskorting van 0,1%. Lees meer

H

Hardware wallet

Een fysiek apparaatje, zoals een Ledger of Trezor, waarop je de sleutels van je crypto offline bewaart. Veiliger dan je munten op een handelsplatform laten staan. Lees meer

Heffingsvrij vermogen

Het deel van je vermogen waarover je in box 3 geen belasting betaalt. In 2026 is dat € 59.357 per persoon; voor 2027 is nog niet zeker welk bedrag geldt. Lees meer

HODL

Crypto-term voor kopen en lang vasthouden, ook als de koers flink schommelt. Lees meer

I

Indexbeleggen

Beleggen in een fonds dat een hele marktindex volgt, in plaats van zelf losse aandelen te kiezen. Goedkoop en breed gespreid. Lees meer

Indexfonds

Een beleggingsfonds dat een index volgt. Anders dan een ETF wordt het niet de hele dag op de beurs verhandeld, maar meestal één keer per dag tegen de koers van dat moment. Lees meer

Inflatie

De stijging van prijzen, waardoor je met hetzelfde bedrag minder kunt kopen. Spaargeld met een rente onder de inflatie wordt in koopkracht minder waard. Lees meer

J

Jaarlijkse schenkvrijstelling

Het bedrag dat je elk jaar belastingvrij mag schenken. In 2026 is dat € 6.908 aan een kind en € 2.769 aan anderen, zoals kleinkinderen of vrienden. Lees meer

Jaarruimte

Het bedrag dat je met belastingvoordeel mag inleggen voor aanvullend pensioen, bijvoorbeeld via een lijfrente of banksparen. Hoe hoog het is, hangt af van je inkomen en je pensioenopbouw via je werk. Lees meer

K

Koopzegels

Zegels die je bij je boodschappen koopt en later met rendement inlevert. Bij Albert Heijn kost een vol boekje € 49 en levert het € 52 op. Lees meer

Korting stapelen (stacking)

Meerdere kortingen combineren op één aankoop, bijvoorbeeld een giftcard met korting, cashback en een aanbieding van de winkel. Lees meer

L

Legitieme portie

De helft van wat een kind zonder testament zou erven. Een kind kan die altijd opeisen, ook als het in het testament is onterfd; het is een geldvordering en geen recht op specifieke spullen. Lees meer

Lijfrente

Een manier om zelf aanvullend pensioen op te bouwen. Je inleg is onder voorwaarden aftrekbaar; over de latere uitkeringen betaal je belasting. Lees meer

Lopende kosten (TER)

De jaarlijkse kosten van een fonds of ETF als percentage van je belegde vermogen. Bij brede ETF's liggen die vaak tussen 0,07% en 0,25%. Lees meer

LTV (loan-to-value)

Je hypotheekschuld gedeeld door de waarde van je woning, als percentage. Hoe lager je LTV, hoe lager vaak je hypotheekrente. Lees meer

M

Middeling

Een regeling om belasting terug te krijgen bij een sterk wisselend inkomen over drie jaar. Afgeschaft per 2023; het laatste tijdvak is 2022 tot en met 2024. Lees meer

N

Neobank

Een bank zonder fysieke kantoren, waarbij je alles via een app regelt, zoals bunq, N26 of Revolut. Lees meer

NHG (Nationale Hypotheek Garantie)

Een garantie op je hypotheek die je beschermt als je je huis met verlies moet verkopen door bijvoorbeeld werkloosheid of een scheiding. Met NHG krijg je vaak een lagere rente. Lees meer

No-waste webshop

Een webshop die restpartijen en producten met een bijna verlopen THT-datum met korting verkoopt, zoals Foodello. Zo betaal je minder en wordt minder voedsel weggegooid. Lees meer

O

Overwaarde

Het verschil tussen de marktwaarde van je huis en je resterende hypotheek. Je kunt het benutten bij verkoop of door je hypotheek te verhogen. Lees meer

P

Passief inkomen

Inkomen waar je na de opstart weinig tijd meer in steekt, zoals rente, dividend of huurinkomsten. Lees meer

Peildatum (box 3)

De datum waarop je vermogen voor box 3 wordt vastgesteld: 1 januari. Wat je die dag hebt, min je schulden, bepaalt je belasting voor het hele jaar. Lees meer

Pensioengat

Het verschil tussen het inkomen dat je na je pensioen nodig hebt en wat je via de AOW en je werkgeverspensioen krijgt. Lees meer

Prijs per kilo of liter

De prijs omgerekend naar een vaste hoeveelheid, zodat je verpakkingen van verschillende grootte eerlijk kunt vergelijken. Een grotere verpakking is niet altijd goedkoper per kilo of liter. Lees meer

R

Reëel rendement

Rendement na aftrek van inflatie: wat je er in koopkracht echt bij krijgt. Bij 5% rendement en 2% inflatie is het reële rendement ongeveer 3%. Lees meer

Refurbished

Gebruikte apparaten die zijn gecontroleerd, opgeknapt en opnieuw verkocht, vaak met garantie en flink goedkoper dan nieuw. Lees meer

Rente-op-rente

Je ontvangt rendement over eerder ontvangen rendement. Daardoor groeit je vermogen steeds sneller naarmate je langer spaart of belegt. Lees meer

S

Salderingsregeling

Regeling waarbij je teruggeleverde zonnestroom verrekent met wat je afneemt. De regeling stopt op 1 januari 2027; daarna worden verbruik en teruglevering apart afgerekend. Lees meer

Spaardeposito

Een spaarrekening waarop je geld voor een vaste periode vastzet tegen een vaste rente. Tussentijds opnemen kost meestal een boete. Lees meer

Staking

Je crypto vastzetten om een blockchain te helpen beveiligen, in ruil voor een vergoeding in extra munten. Je houdt wel het koersrisico van die munten. Lees meer

Stekkerbatterij

Een thuisbatterij die je in een gewoon, geaard stopcontact steekt, zonder vaste installatie. Hij slaat zonnestroom op voor later, maar verdient zich volgens onafhankelijk onderzoek vaak pas na 10 tot 22 jaar terug. Lees meer

T

Terugleververgoeding

Wat je energieleverancier je betaalt voor stroom die je met zonnepanelen aan het net teruggeeft. Die vergoeding is lager dan wat je betaalt voor stroom die je afneemt, en verschilt per leverancier. Lees meer

THT-datum

De datum tot wanneer een product ten minste houdbaar is: daarna is het vaak nog prima te eten. Dat verschilt van de TGT-datum (uiterste consumptiedatum), waarna je een product niet meer moet eten. Lees meer

Toeslagen

Bijdragen van de overheid in bijvoorbeeld je zorgkosten, huur of kinderopvang. Of je er recht op hebt, hangt af van je inkomen en vermogen. Lees meer

V

Vastgoedobligaties

Een lening aan een vastgoedproject of -fonds waarvoor je rente ontvangt. Het risico hangt af van het project en de zekerheden die erbij horen. Lees meer

Verklaring van erfrecht

Een document van de notaris waarin staat wie erfgenaam is en wie wat mag regelen. Met deze verklaring kunnen erfgenamen bij de bank, verzekeraar of het kadaster aantonen dat het geld of de woning hen toekomt. Lees meer

Vermogensbeheer

Een professional of platform belegt je geld voor je, op basis van je doelen en risicoprofiel, tegen een jaarlijkse vergoeding. Lees meer

W

Wettelijke verdeling

De verdeling van een erfenis als er geen testament is. Bij een getrouwd stel met kinderen erft de langstlevende partner alles en krijgen de kinderen een vordering, die meestal pas later opeisbaar is. Lees meer

WOZ-waarde

De waarde die de gemeente elk jaar aan je woning toekent. Die bepaalt onder meer je OZB en je eigenwoningforfait. Lees meer